Izscha

Izegemse Schaakkring
Verslagen van externe tornooien

Op deze pagina vindt u verslagen van externe tornooien, waar Izscha-leden aan deelnamen. Alle clubleden worden hartelijk uitgenodigd hun tornooiprestaties en schaakverhalen te delen op deze website.

Verslagen 2024-2025

 

Cappelle La Grande 2025, 15-21 februari (Johan DB)

De 41e editie al van dit tornooi, alom gekend, met altijd een klad meesters en grootmeesters, uitstekend georganiseerd, dit jaar met 533 deelnemers. Met schaak- en studentenmakker van weleer Jo was een appartementje in Duinkerke centrum gehuurd. Van daaruit is het 5 kilometer naar Cappelle la Grande. Makkelijk, want de hele regio Duinkerke geniet van gratis busvervoer (reikt tot station De

Panne!) en er is overdag om het kwartier een bus van Duinkerke station naar Cappelle la Grande. Om het helemaal sportief te houden had ik mijn fiets bij de hand, waarmee ik meestal het traject afhaspelde, door de gezonde koude zeelucht.

Het tornooi bestond uit 9 ronden Zwitsers systeem, maar zogenaamd ‘geaccelereerd’. Afhankelijk van sterkte krijgen spelers dan bij aanvang voorlopige punten, dit om geen al te ongelijke partijen te hebben in ’t begin, en om de kans op (groot)meesternormen te verhogen. Hoe het precies allemaal in zijn werk ging heb ik niet helemaal begrepen, maar wel dat na ronde 7 alle voorlopige punten verdwenen.

In ronde 1 kon ik al direct scoren tegen de Parisien Jean-Christophe Chauve (1899). De partij ging lange tijd gelijk op, ik kreeg een iets beter eindspel (goede loper, actievere koning), dat ik weliswaar niet goed inschatte. Niettemin werd mijn remisevoorstel geweigerd en een blunder op de nota bene 41e zet leverde mij een stuk op, tegen een pion. Het werd nog een klusje om af te werken, pas na 5 uur spel kon ik incasseren. Goed begonnen, maar dan volgde natuurlijk sterkere tegenstand. De jonge Indiër Arun Manukonda (2018) wachtte mij op in de 2e ronde, ik had net als in de 1e ronde wit. Hij maakte gehakt van mijn London – toegegeven, ik had nagelaten met h3 een gaatje te maken voor mijn loper, de al definitieve fout volgens hem. Met een groepje Indiërs trekken ze Europa rond (ik ben maar één van de zwakkere in de groep, zo verklaarde mijn tegenstander, ik zag hem later wel winnen tegen een FM) van Wijk aan Zee over Cappelle, aansluitend naar Cannes. Tijdens mijn partij met de Indiër was er ook nog dit grappig moment: terwijl ik niet aan zet was en niet aan het bord zat, voerde hij zijn zet uit, duwde de klok in, maar tegelijk viel zijn vlag (letterlijk!: bij het uitstekend georganiseerd tornooi stond naast elke speler namelijk een vlag die diens nationaliteit aangaf). Zijn Indische vlag viel dus, en wel precies op mijn klok, waardoor opnieuw zijn tijd begon te lopen, terwijl ik aan zet was. Terug naar mijn bord lopend zag ik enige commotie en ook de aanwezigheid van een van de vele scheidsrechters (ja, uitstekend georganiseerd). Deze begreep niet direct goed wat er

aan de hand was. Ik wist ook niet direct wat er gebeurd was: ik bleek aan zet, maar zijn klok liep. Het vergde enige vertaalarbeid, van Indisch Engels naar Frans, om de scheidsrechter tot de daad te bewegen: de klok terug afstellen op het juiste (9) aantal gespeeld zetten. Inderdaad, niet ingrijpen zou voor problemen kunnen zorgen bij de tijdscontrole bij zet 40. Zo ver kwam het overigens in deze partij helemaal niet.

Didier Couché (1913), mijn tegenstander in ronde 3, bleek zich net als mijn vorige tegenstander te hebben voorbereid en kende mijn vaakst gespeelde opening(en) en week op een cruciaal moment af van de geplogenheden. Ik tastte in het duister, kwam in de verdrukking en mijn witveldige loper verzeilde werkloos passief op a8.

Tijd voor weer eens een lager gekwoteerde en dat werd de heel jonge dame Isaac Lefebvre-Bellet (1489). Zij speelde snel en wild (had zij zich ook voorbereid?) en ik verloor gaandeweg houvast in de stelling. Haar stukoffer was niet correct, maar ik moest wel met Kf8 mijn rokade opgeven. Ik was een beetje dizzy (2e partij van de dag, niet meer voor mensen van een zekere leeftijd?), werd geconfronteerd met een kwaliteitsoffer er bovenop, met daarna zowaar ook nog een stukoffer en ik berustte tenslotte in herhaling van schaakzetten en remise (terwijl er een ontsnappingsroute

voor mijn koning was, maar er was te veel mist voor mijn ogen om het allemaal nog uit te zoeken). Inderdaad, remise met 2 stukken en een kwaliteit meer. Merkwaardig had ik in de 5e ronde alweer een sterkere tegenstander, de Brusselaar Julien Verbist (1971). Beetje koddig was dat we met twee borden samen in de hoek van de grote zaal zaten met 4 Belgen bijeen (er waren 65 Belgen onder de deelnemers). Een van de 4, en schuin tegenover mij, was Kortrijkzaan Pieter Truwant. Ik kon hem feliciteren met de 4-0 interclubzege tegen Izegem 2 van 2 dagen voordien, maar hij jammerde een beetje dat ze weer geen kampioen gingen spelen met hun (enige) team, gezien het sterke Menen was opgedoken. Ik kon daar

tegenover fijntjes vermelden dat wij met Izegem 3 (drie!) er wel goed voor stonden in 5e afdeling, een andere reeks. De partij dan: ik probeerde nog eens een minderheidsaanval, iets wat van tegenstanders altijd zo logisch lijkt en doeltreffend is, maar van mezelf raakt dat plan niet altijd zo vlot in de plooi. Ik liet een a-vrijpion toe, pruttelde nog tegen met een ruil toren voor 2 paarden, verdedigde nog tot 5 pionnen tegen 3 pionnen + paard. Maar mijn koning stond te ver en het paard bleef maar pionnen aanvallen tot ze begonnen te sneuvelden.

Een interessante partij was mijn 6e, tegen Gwenael Devaliere (1671). Ik won met zwart een pion in de opening, met wel wat ontwikkelingsachterstand. Het lukte niettemin mijn stukken in het gelid te brengen, maar liet toen onnodig een ijzersterk paard op d6 toe. Dat kreeg ik pas weg met een kwaliteitsoffer, waarna ikzelf een ijzersterk paard op d4 kon plaatsen. Ik had op een moment tot 3 pionnen voor de

kwaliteit. Maar in de moeilijke stelling vond ik niet de goede zetten en na een pijnlijke loperruil verschenen de twee vijandige torens op de 7e rij om vernietigend uit te halen.

Score van 1,5/6 en dus in de onderste regionen beland! Oei. Is het tornooi nog te redden?

Marie-Jeanne Jonckers (1616), de voorzitter van schaakclub Mechelen was in ronde 7 mijn 2e Belgische tegenstander van het tornooi. Ik won een rommelige partij onder te brengen in de categorie “de voorlaatste fout wint” (weer 2e partij van de dag?!). Na afloop hadden we het er direct over dat er in Frankrijk niet heen en weer getrakteerd wordt, zoals bij ons de gewoonte, toch zeker onder volwassenen. Bij de analyse hebben we dit vrolijk gecorrigeerd, met ook even wat gekeuvel over het clubleven, bestuurders onder elkaar nietwaar. Ik probeerde wat trots uit te stralen over Izscha

met de groei van de laatste jaren, onze jeugdwerking, onze goedgevulde clubavond, maar kon natuurlijk niet op tegen Mechelen (8 ploegen interclub, 120 jeugdleden, 12 jeugdlesgevers, ..) Pierre-Marie Vasseur (1481) was mijn opponent in ronde 8 en nadat ik niet veel had klaargemaakt in de opening speelde hij wat voorbarig f3 (deurtje te snel open voor een schaakje) en liet daarna een dubbele aanval toe met stukwinst.

 

03-05/01/2025 - Ladies Open Gent 2025 (Lieselot)

Afgelopen weekend organiseerde de Belgische Schaakbond in samenwerking met de Koninklijke Gentse Schaakkring Ruy Lopez in het Gentse schaakhuis op een steenworp van het Gravensteen de 2de editie van het Ladies Open Gent. Dit schaaktornooi is één van de weinige tornooien waar enkel vrouwen toegelaten worden. Hoewel veel schaakclubs niet zoveel vrouwen in hun ledenbestand tellen, vonden maar liefst 27 schaaksters hun weg naar dit FIDE Rapid tornooi.

Met een speeltempo van 45 minuten + 10 seconden per zet werden over 3 dagen verspreid 7 ronden uitgevochten.

Tussen schaaksters uit België en de omliggende landen heb ik zelf een niet onverdienstelijke poging gewaagd om de kleuren van Izscha te verdedigen.

De resultaten vind je via deze link: https://www.kgsrl.be/bflo/2425/log25_res.html.

De eerste 8 borden waren steeds live te volgen: https://lichess.org/broadcast/ladies-open-ghent-2025/round-1/Y3Q8HW1Z.

 

In ronde 1 speelde ik tegen de 13-jarige Pham Kieu Khanh, die met veel zwier straffe zetten uit haar mouw schudde. Ik was niet de enige die ze met haar felle stijl in de pan hakte, want ze eindigde op een 6de plaats in de eindstand van het gehele tornooi en op nummer één in haar categorie (-1600 elo). Ik moet nog eens uitzoeken wat ik met c4 - Pc3 - e4 als openingszetten aan moet. Gelukkig kon ik op de 1ste speeldag de 2de match wel winnen.

Op zaterdag, dag 2, haalde ik een behoorlijke 2/3. De talentvolle Eline Defour zal sommigen bij Izscha niet onbekend zijn. Waar ik zelf vooral keek naar de damevleugel, verlegde ze haar geweer vlot van schouder en bracht op de koningsvleugel de genadeslag toe. Mijn verdediging was niet accuraat genoeg om het schip nog te redden.

Op zondag moesten er nog 2 veldslagen gestreden worden. Mijn vooropzet was om 4/7 te behalen in dit tornooi, dus minstens 1 punt binnenrijven, was het plan van de dag. Ronde 6 won ik tegen Valentine Pinet in een partij zo vol met penningen, dat het bord wel een mijnenveld leek. Ik kon haar uiteindelijk netjes mat zetten met een toren op a8, gesteund door mijn loper op e5. 4/7 was een feit en nu kon ik niet anders dan tegen een topper uitkomen voor de laatste ronde.

De 15-jarige Sofiia Moskalets (met een rapid-elo van 1933, maar 2164 elo bij langere partijen) wist zonder verpinken raad met mijn Caro-Kann-opening. Op zet 4 vloog mijn pionnetje op c5 van het bord in ruil voor best wel wat tegenspel, maar het was volstrekt niet voldoende om Sofiia ook maar enigszins uit het lood te slaan. Rustig en foutloos voerde ze de druk op, tot er een tweede pion viel en alle hoop vervlogen was.

Ik strandde dit tornooi op de 8ste plaats in het algemene klassement en op nummer 2 in mijn categorie (1600-1800 elo), wat een geldprijs en een schaakboek opleverde.

Ga naar

 

 

 

pagina vorige seizoenen